Tuesday, November 16, 2010

Ceremonie voor het nieuwe huis

In Thailand is het de gewoonte dat er na het optrekken van een nieuw huis, op een ‘goede’, speciaal gekozen dag, een inhuldiging komt, met een ceremonie en natuurlijk ook een groot feest. Er komt heel wat kijken bij de voorbereiding van die ‘thamboen khun baan mai’, niet alleen voor het feest, maar ook voor de eigenlijke ceremonie. De hele voorbereiding is een gebeuren waar de hele familie (en ook de vriendenkring) bij betrokken is: een heleboel mensen komen helpen.

In de woonkamer worden tapijten gelegd en kussens voor de monniken (in ons geval vijf). Er wordt een piramidale structuur met drie ‘poten’ gezet, gemaakt uit stammen van bananenbomen, bamboe en kleine stokjes bamboe. Die worden versierd met zilver- en goudkleurig papier en papieren vlaggetjes van andere kleuren, met bloemen, kaarsen en ook met gevouwen bladeren met daaraan een stukje pinangnoot (dat is een soort noot die vooral in Birma, en bij de bergstammen, als een soort soft drug wordt gekauwd – en die dan een rode kleur afgeeft). Bij de poten liggen ook een hand bananen en kokosnoten, en een pot met zowel onbehandelde rijst als gepelde witte rijst. Die twee soorten rijst liggen ook nog op een andere schotel. Onder die piramide zouden Kan en ik gaan zitten tijdens de ceremonie. Rondom worden allerlei schotels met fruit en zoetigheden gezet, en ook de traditionele oranje emmers gevuld met allerlei huishoudelijke dingen en etenswaren die dienen als offer voor de monniken. Daaraan worden nog plastic zakken gebonden met meer eten en drinken. Eén schotel is gevuld met snoepjes, maar ook met in papier gewikkelde muntstukken.

Er wordt ook een tafeltje gezet met daarop een Boeddhabeeld met daarnaast kaarsen en vaasjes. Van aan het Boeddhabeeld vertrekt een witte katoenen koord (van het soort dat traditioneel bij heel wat ceremonies ook door monniken gebruikt wordt) die enkele keren omheen het hele huis wordt gewikkeld. Bij de vier hoeken van het huis en ook in de woonkamer komt er telkens een soort mandje, gemaakt van bananenschors en –bladeren, waarin een aantal zaken liggen: fruit, rijst, een stukje vlees, een zakje met water, bloemen, snoep in bananenbladeren en kaarsjes.

Op de dag van de ‘thamboen’ zelf gingen Kan en ik bij de aankomst van de monniken naar buiten, en bij iedere hoek van het huis knielden we neer bij het mandje en staken we de kaarsjes aan terwijl de monniken een gebed zongen; we kregen dan een zegen, en een van de monniken doofde dan ook de kaarsjes door ze met water te besprekelen. Dat ritueel herhaalde zich bij ieder van de vier hoeken, en dan nog een keer binnen in het huis, bij de deur van een van de kamers. Dan namen de monniken plaats op hun kussens, en gingen wij geknield onder de piramide zitten. Dan volgde een lang gebed, door de monniken gezongen (uit het hoofd); ondertussen kregen Kan en ik een wit katoenen koordje, vastgemaakt aan de structuur, om het hoofd gebonden. Af en toen zei ook de ‘aatjaan’, een soort godsgeleerde, een stuk gebed. In de woonkamer zelf waren ook nog een aantal mensen aanwezig, en de rest zat buiten op stoelen de ceremonie te volgen – via luidsprekers. In een tweede deel van de ceremonie las de hoofdmonnik een tekst voor uit een in zigzag gevouwen ‘boek’ (gemaakt van bamboe) dat hij voorzichtig uit een stoffen etui haalde. Op bepaalde tijdstippen tijdens de ceremonie moesten Kan en ik ook langzaam water in een kom gieten – meerdere mensen die in de woonkamer zaten, deden dat ook. Nadat de tekst voorgelezen was, boden we symbolisch de offers aan, eerst een schotel met bloemen aan het Boeddhabeeld, dan de emmers aan de monniken. Dan volgde opnieuw nog een aantal gebeden, vaak meegezegd door de aanwezigen. De ‘aatjaan’ bond dan mij en Kan een van de traditionele katoenen armbandjes (een Noord-Thaise gewoonte) aan. Na een laatste zegening van de monnik – het water werd op verschillende momenten tijdens de ceremonie kwistig in het rond gesprenkeld – was de ceremonie voorbij. Iemand van de aanwezigen nam dan nog de schotel met snoep en muntstukjes, en strooide die in het rond. De monniken werden dan uitgenodigd om aan tafel te gaan zitten en als eersten te eten. Wanneer zij gedaan hadden, zeiden ze nog een dankgebed voor ze vertrokken.

Nadien gaat dan het ‘gewone’ feest van start, met alle traditionele elementen: veel eten, veel drinken en heel luide muziek. Tussen de 150 en de 200 mensen kwamen naar ons huis afgezakt, en ze hadden het allemaal naar hun zin.

No comments:

Post a Comment