Wednesday, December 15, 2010

Royal Flora Expo Ratchaphruk

Tijdens een weekendtrip naar Chiang Mai bezochten we onlangs een grote bloemen- en plantententoonstelling die in 2006 werd geopend ter gelegenheid van het zestigjarige jubileum van de troonsbestijging van Koning Bhumibol. De Royal Flora ligt op een tiental kilometer buiten het centrum van Chiang Rai, en is erg groots opgevat. Dat valt al dadelijk op wanneer je de oprijlaan ziet, nog voor je op het parkeerterrein terechtkomt: je rijdt dan op een brede laan met een grote middenberm, met aan beide zijden mooi aangelegde hagen op een grasveld.

Die indruk van grootsheid blijk ook niet in het minst uit de enorme inkom: een immens plein met een grote inkompoort geflankeerd door rijen grote witte olifanten en tientallen vlaggen. Eens je dan door de inkompoort wandelt, krijg je meteen een wijds zicht op een tempel aan het eind van een enorme boulevard die lichtjes omhoog loopt. Het terrein van de Expo is enorm groot, en je kan dan ook gebruik maken van een soort treintje dat op verschillende plaatsen stopt. Op het terrein zijn een aantal verschillende zones aangelegd, waarin telkens andere aspecten van de wereld van de flora aan bod komen: er is een Thaise tropische tuin, een gematigde tuin, een kruidentuin, een orchideeëntuin enzovoort. Die tuinen liggen aan weerszijden van de brede boulevard.

Het eerste deel van de boulevard loopt rond en tussen grote bloembedden met bloemen van telkens één kleur. Daartussen staan dan ook nog een flink aantal grote moderne beeldhouwwerken. Aan een kant van deze zone ligt een groot gebouw waarin tijdelijke tentoonstellingen en conferenties plaatsvinden. Als je de boulevard verder op wandelt, kom je ook nog op een centraal rond plein waar een heleboel modern ogende witte banken staan (waar niemand op gaat zitten, want er is geen schaduw te bespeuren). Daar achter begint dan het laatste deel van de boulevard, geflankeerd met mooi gesculptuurde lantaarnpalen en tentoonstellingsborden met informatie over de koning.

Uiteindelijk kom je dan bij de tempel, gewijd aan Koning Bhumibol, met een sober maar toch mooi en traditioneel interieur gedomineerd door een koninklijke symbool met negen bollen. Aan beide kanten van de tempel liggen grote vijvers met waterlelies.

Het geheel is de moeite van een bezoek waard, en je kunt er zeker een hele dag rondlopen als je dat wil. Meer foto's kun je, zoals altijd, vinden op picasaweb.

Tuesday, November 16, 2010

Ceremonie voor het nieuwe huis

In Thailand is het de gewoonte dat er na het optrekken van een nieuw huis, op een ‘goede’, speciaal gekozen dag, een inhuldiging komt, met een ceremonie en natuurlijk ook een groot feest. Er komt heel wat kijken bij de voorbereiding van die ‘thamboen khun baan mai’, niet alleen voor het feest, maar ook voor de eigenlijke ceremonie. De hele voorbereiding is een gebeuren waar de hele familie (en ook de vriendenkring) bij betrokken is: een heleboel mensen komen helpen.

In de woonkamer worden tapijten gelegd en kussens voor de monniken (in ons geval vijf). Er wordt een piramidale structuur met drie ‘poten’ gezet, gemaakt uit stammen van bananenbomen, bamboe en kleine stokjes bamboe. Die worden versierd met zilver- en goudkleurig papier en papieren vlaggetjes van andere kleuren, met bloemen, kaarsen en ook met gevouwen bladeren met daaraan een stukje pinangnoot (dat is een soort noot die vooral in Birma, en bij de bergstammen, als een soort soft drug wordt gekauwd – en die dan een rode kleur afgeeft). Bij de poten liggen ook een hand bananen en kokosnoten, en een pot met zowel onbehandelde rijst als gepelde witte rijst. Die twee soorten rijst liggen ook nog op een andere schotel. Onder die piramide zouden Kan en ik gaan zitten tijdens de ceremonie. Rondom worden allerlei schotels met fruit en zoetigheden gezet, en ook de traditionele oranje emmers gevuld met allerlei huishoudelijke dingen en etenswaren die dienen als offer voor de monniken. Daaraan worden nog plastic zakken gebonden met meer eten en drinken. Eén schotel is gevuld met snoepjes, maar ook met in papier gewikkelde muntstukken.

Er wordt ook een tafeltje gezet met daarop een Boeddhabeeld met daarnaast kaarsen en vaasjes. Van aan het Boeddhabeeld vertrekt een witte katoenen koord (van het soort dat traditioneel bij heel wat ceremonies ook door monniken gebruikt wordt) die enkele keren omheen het hele huis wordt gewikkeld. Bij de vier hoeken van het huis en ook in de woonkamer komt er telkens een soort mandje, gemaakt van bananenschors en –bladeren, waarin een aantal zaken liggen: fruit, rijst, een stukje vlees, een zakje met water, bloemen, snoep in bananenbladeren en kaarsjes.

Op de dag van de ‘thamboen’ zelf gingen Kan en ik bij de aankomst van de monniken naar buiten, en bij iedere hoek van het huis knielden we neer bij het mandje en staken we de kaarsjes aan terwijl de monniken een gebed zongen; we kregen dan een zegen, en een van de monniken doofde dan ook de kaarsjes door ze met water te besprekelen. Dat ritueel herhaalde zich bij ieder van de vier hoeken, en dan nog een keer binnen in het huis, bij de deur van een van de kamers. Dan namen de monniken plaats op hun kussens, en gingen wij geknield onder de piramide zitten. Dan volgde een lang gebed, door de monniken gezongen (uit het hoofd); ondertussen kregen Kan en ik een wit katoenen koordje, vastgemaakt aan de structuur, om het hoofd gebonden. Af en toen zei ook de ‘aatjaan’, een soort godsgeleerde, een stuk gebed. In de woonkamer zelf waren ook nog een aantal mensen aanwezig, en de rest zat buiten op stoelen de ceremonie te volgen – via luidsprekers. In een tweede deel van de ceremonie las de hoofdmonnik een tekst voor uit een in zigzag gevouwen ‘boek’ (gemaakt van bamboe) dat hij voorzichtig uit een stoffen etui haalde. Op bepaalde tijdstippen tijdens de ceremonie moesten Kan en ik ook langzaam water in een kom gieten – meerdere mensen die in de woonkamer zaten, deden dat ook. Nadat de tekst voorgelezen was, boden we symbolisch de offers aan, eerst een schotel met bloemen aan het Boeddhabeeld, dan de emmers aan de monniken. Dan volgde opnieuw nog een aantal gebeden, vaak meegezegd door de aanwezigen. De ‘aatjaan’ bond dan mij en Kan een van de traditionele katoenen armbandjes (een Noord-Thaise gewoonte) aan. Na een laatste zegening van de monnik – het water werd op verschillende momenten tijdens de ceremonie kwistig in het rond gesprenkeld – was de ceremonie voorbij. Iemand van de aanwezigen nam dan nog de schotel met snoep en muntstukjes, en strooide die in het rond. De monniken werden dan uitgenodigd om aan tafel te gaan zitten en als eersten te eten. Wanneer zij gedaan hadden, zeiden ze nog een dankgebed voor ze vertrokken.

Nadien gaat dan het ‘gewone’ feest van start, met alle traditionele elementen: veel eten, veel drinken en heel luide muziek. Tussen de 150 en de 200 mensen kwamen naar ons huis afgezakt, en ze hadden het allemaal naar hun zin.

Wednesday, November 3, 2010

'Thamboen'-feest in een dorp in de regio Chiang Khong

In Thailand is het concept van ‘thamboen’ een essentieel onderdeel van de Boeddhistische cultuur. Eigenlijk betekent ‘thamboen’ heel algemeen ‘goede daden stellen’; dat kan allerlei vormen aannemen, maar komt in essentie vaak neer op het geven van eten, drinken of andere dingen aan monniken of tempelgemeenschappen. Dat is een heel gewoon, dagelijks gebeuren, maar af en toe zijn er speciale thamboen-feesten waarbij de hele bevolking van een dorp (of wijk in een stad) een speciale inspanning doet en extra diep in de portemonnee tast.

Afgelopen week mocht ik zo’n feest meemaken in Boenruang, een dorp in de regio Chiang Khong, op een kleine honderd kilometer afstand van Chiang Rai. We brachten er twee dagen door: een dag voor de voorbereiding, en een dag voor de plechtigheid zelf. Ieder gezin, koppel, individu maakt een eigen, mooi versierde offermand klaar, in de vorm van een ‘boom’. Gewoonlijk wordt die gemaakt van riet- of rijststengels, bij elkaar gebonden in een bundel die onderaan in drie gesplitst wordt en daar in een mand wordt vastgemaakt. De bundels worden met kleurige papieren franjes omwikkeld, en ook een heleboel stokjes worden op die manier versierd. Die stokjes werden onderaan in de boom gestoken, en daar werden dan allerlei dingen met garen aan vastgemaakt: pakjes noedels, tandenborstels, zeep, waspoeder, oploskoffie, koekjes...; je kunt het zo gek niet bedenken of het wordt wel in zo'n boom gehangen. Er worden ook een aantal stokjes gedeeltelijk gespleten voor ze versierd worden: daar wordt dan geld tussen gestoken, en aan de bovenkant worden die stokjes dan dichtgehouden met weer zo'n stukje gekleurd papier. De stokjes met het geld komen dan aan de bovenkant van de boom. Er bestaan een heleboel variaties op deze ‘bomen’: iedereen legt er ook een beetje zijn eigen persoonlijkheid in, en afhankelijk van de financiële mogelijkheden kunnen de bomen ook behoorlijk grote proporties aannemen.

Op de dag van de eigenlijke ceremonie waren wij al voor zes uur op de been; dat is laat voor de dorpelingen: de plaatselijke markt begint daar bijvoorbeeld al voor 4u. Alle offergaven worden al heel vroeg naar de tempel gebracht. Wij gingen rond zes uur in de tempel een kijkje nemen, en het was er al een drukte van jewelste. Er stonden overal honderden van die bomen, en daar zag ik dan ook dat er een heel aantal verschillende manieren zijn om die te versieren, en dat ook niet altijd hetzelfde soort 'stam' wordt gebruikt. Er stonden bijvoorbeeld ook kleine en grote bananenbomen die gebruikt werden als basis, en er stonden 'bomen' waar ook verse groenten of gedroogde vis in hingen. Het was fascinerend om te zien hoeveel moeite er was gedaan om die offergaven te maken. Er waren ook enorm hoge constructies bij. De bomen stonden gegroepeerd in 'wijken' met een nummer, en bij de groepen bomen van verschillende families zaten er meestal al wel een aantal mensen te wachten om de eigenlijke ceremonie.

Iets na achten gingen we dan met het stuk van de familie bij wie wij verbleven, naar de tempel. Daar was het dan wachten tot de ceremonie begon, zo rond tien uur. Binnen in het grote tempelgebouw hoorde je dan de monniken gebeden zeggen, maar de meeste mensen bleven wel buiten zitten bij hun bomen. Tegen elf uur waren de gebeden gezegd, en kwamen de monniken het tempelgebouw uit. Er begon dan een enorm chaotische zoektocht (door de monniken en hun helpers) naar bepaalde bomen van bepaalde individuen of gezinnen. Iedereen die een boom maakt, vult immers ook een formuliertje in, dat aan de tempel wordt bezorgd. In principe gaan de monniken dan iedere boom, ieder offer dus, individueel in ontvangst nemen, en een zegen uitspreken. Als dat gebeurd is, plukken de helpers in een minimum van tijd de boom kaal, en kieperen de inhoud in grote zakken. Na ongeveer twee uur individuele zegens en in ontvangst nemen van offers waren misschien de helft van de bomen verdwenen (en er waren heel wat monniken in de weer), maar bleven er nog honderden over. Per 'wijk' werden de bomen die nog overbleven bij elkaar gezet, en werd er een algemene zegen per 'wijk' gegeven. Daarna verdween iedereen dan weer naar huis.

Het hele gebeuren is echt de moeite waard – een enorm kleurrijk gebeuren met allemaal enthousiaste mensen.

Friday, October 22, 2010

Op ontdekkingstocht in Chiang Rai

In de loop van oktober heb ik geen spectaculaire uitstappen gedaan of verre reizen gemaakt, maar heb ik rustig de tijd genomen om mijn tweede thuis, Chiang Rai, beter te leren kennen. Natuurlijk was Chiang Rai mij helemaal niet onbekend, en had ik er voordien al wat tijd doorgebracht, maar dat betekende niet dat er niets meer te ontdekken viel. Een overzichtje van wat me de afgelopen maand is opgevallen:

Het ‘toeristische’ aanbod in Chiang Rai is echt niet groot, en bestaat uit enkele tempels en vooral de mogelijkheid om de stad als uitvalsbasis te gebruiken voor uitstappen in de regio: trektochten in de heuvels en bergen van het noorden van Thailand en de bekende regio van de ‘gouden driehoek’. Nochtans heeft Chiang Rai de geïnteresseerde bezoeker flink wat te bieden aan relatief ‘ongerepte’ en ‘onontdekte’ plekjes.

Om maar te beginnen bij de tempels: er zijn enkele juweeltjes van bescheidenheid bij, die meestal omwille van hun ligging de moeite waard zijn. Ik pik er twee uit: de Wat Phra That Doi Khao Khwaay en de Wat Doi Phra Baht. Ze zijn telkens gelegen op een heuvel (de ‘doi’ in hun naam is het Noord-Thaise woord voor berg of heuvel), en vooral de eerste biedt een heerlijk uitzicht over Chiang Rai en omgeving. Je kan er met de auto of brommer naartoe rijden, helemaal tot boven, maar voor de iets actievere bezoeker is er ook de alternatieve weg die leidt naar een indrukwekkende trap, die wel duidelijk aan onderhoud toe is. Eens boven krijg je een vrij ‘gewone’ Thaise tempel te zien, maar wel een waar de ontvangst erg hartelijk is: er komen nauwelijks westerlingen, dus je krijgt er meteen de nodige aandacht.

De Wat Doi Phra Baht is qua uitzicht minder interessant, maar de tempel zelf is dan weer mooier, en huist ook meer monniken en novicen, die graag een praatje slaan met een westerling die de moeite doet om buiten de platgetreden toeristische paden te gaan.

Wie van natuur houdt, en van de specifieke rust die uitgaat van een rivier, mag een bezoekje aan Hahd Chiang Rai (letterlijk: Strand van Chiang Rai) niet overslaan. Laat je echter niet leiden door de benaming: van een strand is er echt geen sprake. Hahd Chiang Rai is gewoon een plek aan de Kok-rivier, tegenover een prachtig begroeide heuvel, waar er wat parkeerplaats is en je wat eten en drinken kan vinden en over een pad langs de rivier kan wandelen. Maar opnieuw: je zal er normaal gezien de enige westerling zijn, en in de loop van de week zal je er zo goed als alleen zijn. De schoonheid van de natuur wordt er alleen maar mooier door.

Letterlijk aan de overkant van Hahd Chiang Rai (maar je moet er wel een flink eind voor omrijden) ligt de Toe Poe heuvel, met daarin de Tham Toe Poe (Toe Poe grot), waar binnen en buiten een aantal afbeeldingen van Boeddha te bewonderen zijn. Vooral een witte rechtopstaande Boeddha van meer dan tien meter hoog, tegen de heuvelwand, is de moeite waard, en ook een bezoekje aan de grot mag je niet overslaan. Het landschap rondom is ook erg mooi, en je moet er zeker niet over de koppen lopen.

Deze plekjes zijn allicht niet van het kaliber van meer bekende toeristische plekken in Thailand, maar verdienen het ook niet om totaal onbekend te zijn. Maar misschien is dat alleen maar de gekleurde visie van een inwoner van Chiang Rai...