In de loop van oktober heb ik geen spectaculaire uitstappen gedaan of verre reizen gemaakt, maar heb ik rustig de tijd genomen om mijn tweede thuis, Chiang Rai, beter te leren kennen. Natuurlijk was Chiang Rai mij helemaal niet onbekend, en had ik er voordien al wat tijd doorgebracht, maar dat betekende niet dat er niets meer te ontdekken viel. Een overzichtje van wat me de afgelopen maand is opgevallen:
Het ‘toeristische’ aanbod in Chiang Rai is echt niet groot, en bestaat uit enkele tempels en vooral de mogelijkheid om de stad als uitvalsbasis te gebruiken voor uitstappen in de regio: trektochten in de heuvels en bergen van het noorden van Thailand en de bekende regio van de ‘gouden driehoek’. Nochtans heeft Chiang Rai de geïnteresseerde bezoeker flink wat te bieden aan relatief ‘ongerepte’ en ‘onontdekte’ plekjes.
Om maar te beginnen bij de tempels: er zijn enkele juweeltjes van bescheidenheid bij, die meestal omwille van hun ligging de moeite waard zijn. Ik pik er twee uit: de Wat Phra That Doi Khao Khwaay en de Wat Doi Phra Baht. Ze zijn telkens gelegen op een heuvel (de ‘doi’ in hun naam is het Noord-Thaise woord voor berg of heuvel), en vooral de eerste biedt een heerlijk uitzicht over Chiang Rai en omgeving. Je kan er met de auto of brommer naartoe rijden, helemaal tot boven, maar voor de iets actievere bezoeker is er ook de alternatieve weg die leidt naar een indrukwekkende trap, die wel duidelijk aan onderhoud toe is. Eens boven krijg je een vrij ‘gewone’ Thaise tempel te zien, maar wel een waar de ontvangst erg hartelijk is: er komen nauwelijks westerlingen, dus je krijgt er meteen de nodige aandacht.
De Wat Doi Phra Baht is qua uitzicht minder interessant, maar de tempel zelf is dan weer mooier, en huist ook meer monniken en novicen, die graag een praatje slaan met een westerling die de moeite doet om buiten de platgetreden toeristische paden te gaan.
Wie van natuur houdt, en van de specifieke rust die uitgaat van een rivier, mag een bezoekje aan Hahd Chiang Rai (letterlijk: Strand van Chiang Rai) niet overslaan. Laat je echter niet leiden door de benaming: van een strand is er echt geen sprake. Hahd Chiang Rai is gewoon een plek aan de Kok-rivier, tegenover een prachtig begroeide heuvel, waar er wat parkeerplaats is en je wat eten en drinken kan vinden en over een pad langs de rivier kan wandelen. Maar opnieuw: je zal er normaal gezien de enige westerling zijn, en in de loop van de week zal je er zo goed als alleen zijn. De schoonheid van de natuur wordt er alleen maar mooier door.
Letterlijk aan de overkant van Hahd Chiang Rai (maar je moet er wel een flink eind voor omrijden) ligt de Toe Poe heuvel, met daarin de Tham Toe Poe (Toe Poe grot), waar binnen en buiten een aantal afbeeldingen van Boeddha te bewonderen zijn. Vooral een witte rechtopstaande Boeddha van meer dan tien meter hoog, tegen de heuvelwand, is de moeite waard, en ook een bezoekje aan de grot mag je niet overslaan. Het landschap rondom is ook erg mooi, en je moet er zeker niet over de koppen lopen.
Deze plekjes zijn allicht niet van het kaliber van meer bekende toeristische plekken in Thailand, maar verdienen het ook niet om totaal onbekend te zijn. Maar misschien is dat alleen maar de gekleurde visie van een inwoner van Chiang Rai...




