Onlangs kon ik een begrafenisplechtigheid meemaken in een dorp in de provincie Chiang Rai in het noorden van Thailand. Wie nog nooit een begrafenis in Thailand meemaakte, moet eerst en vooral alles vergeten wat hij of zij over begrafenissen weet; er zijn immers enorm veel en enorm grote verschillen met België.
Misschien wel het grootste verschil is de lengte van de plechtigheid. In Vlaanderen zijn we gewend om alles mooi op een voormiddag af te handelen, met eventueel nog op een avond voordien een gelegenheid tot groeten van de overledene. In Thailand (zeker op het platteland) is het een veel langere aangelegenheid, gespreid over verschillende dagen, gewoonlijk tussen de vier en de zeven dagen. Van zodra er iemand overlijdt, schiet natuurlijk de communicatie tussen de familie en vrienden meteen in werking – dat is waarschijnlijk universeel zo. Zowat het hele dorp begint onmiddellijk mee te helpen bij de voorbereidingen, en er gaan meteen ook een heel aantal familieleden en vrienden die niet (meer) in het dorp wonen, op bezoek. Zowat alles speelt zich af bij het huis van de overledene zelf. Het lichaam van de overledene wordt thuis opgebaard in een (vaak fel gekleurde, bijna kitscherige) kist met een koelinstallatie. Het ziet er eigenlijk een beetje uit als een lange diepvrieskist. Bij die kist wordt er voortdurend gewaakt, soms wel een week lang. Iedereen die 'op bezoek' komt, gaat de overledene groeten. Er staat een schotel met wierookstokjes waaraan een kaarsje en een bloemetje zijn vastgemaakt, en je neemt dan zo'n wierookstokje en steekt dat rechtop in een schotel met zand. Er staat ook een foto van de overledene.
Op het platteland zijn de huizen zo goed als allemaal nog in de traditionele stijl gebouwd, met alle kamers op de eerste verdieping, en op de begane grond een open ruimte, met vaak een soort lage tafel, en een trap of twee trappen die naar de woonvertrekken boven leiden. Vaak wordt er ook beneden gekookt; half in open lucht dus. Rond het huis is er gewoonlijk nog vrije ruimte waar enkele struiken of bomen staan, maar waar ook vaak een heel deel van het leven doorgaat (niet vergeten dat het hier een klimaat is dat aanzet tot buiten leven). Van zodra de persoon overleden is, wordt er ook in de 'tuin' een klein huis gebouwd (de grootte kan nogal verschillen: soms gaat het echt om een miniatuurhuis van misschien maar een meter breed, maar bij de begrafenis waar ik getuige van mocht zijn, was het zo groot als een kamer, zowat vier op vier meter), ofwel van hout, ofwel echt met betonblokken, inclusief een echt dak, en dat huis wordt ingericht, zodat het er uit ziet alsof je er echt zou kunnen wonen.
Tijdens de hele periode tussen het overlijden en de begrafenisplechtigheid zelf moet de familie er voor zorgen dat iedereen die komt helpen of die gewoon op bezoek komt en mee waakt, voorzien wordt van eten en drinken. Op zich zorgt dat al voor heel wat werk, zodat de nood om veel mensen te hebben die komen helpen, nog groter wordt. Daardoor is er dan ook weer nog meer eten nodig; voor een buitenstaander lijkt dit soms wel een vicieuze cirkel. Het is in ieder geval zo, dat het geheel heel wat geld kost; in het dorp waar ik was, schatten de mensen de gemiddelde kost voor een begrafenis op ongeveer 400.000 Baht (ruwweg € 10.000). Vergeet daarbij niet dat het gemiddelde inkomen in Thailand veel lager ligt dan in Vlaanderen; je ziet dus meteen dat een begrafenis iets is waar de mensen zich diep voor in de schulden steken.
Voor zover ik kan navragen, is wat ik hier tot nu toe heb beschreven, wat er bij zowat ieder overlijden gebeurt. Wij kwamen in dit geval in de loop van de namiddag van de voorlaatste dag (de dag voor de laatste plechtigheid) bij het huis van de overledene toe, en in wat volgt beschrijf ik dan ook wat we in dit specifieke geval meemaakten.
Voor zover ik kan navragen, is wat ik hier tot nu toe heb beschreven, wat er bij zowat ieder overlijden gebeurt. Wij kwamen in dit geval in de loop van de namiddag van de voorlaatste dag (de dag voor de laatste plechtigheid) bij het huis van de overledene toe, en in wat volgt beschrijf ik dan ook wat we in dit specifieke geval meemaakten.
De dag voor de eigenlijke plechtigheid kwam men bij het huis ook een hoog voetstuk zetten (toch wel anderhalve tot twee meter hoog), opnieuw rijkelijk versierd. Op dat voetstuk zou de kist terechtkomen. In de late namiddag kwamen er meer en meer mensen naar het huis van de overledene afgezakt (en er werd natuurlijk weer gegeten), en ze wachtten daar dan op de komst van de monniken. Ondertussen werd er ook de definitieve kist binnengedragen, werd de overledene uit de 'koelkist' gehaald en in de eigenlijke kist gelegd. Die kist kan je ook echt niet vergelijken met een Belgische lijkkist: natuurlijk is de algemene vorm ongeveer dezelfde, maar er staan poten onder, en de kist is versierd met krullen, en geschilderd (soms in een vrij felle kleur met goudkleurige toetsen). Enkel de dichte familie zat binnen in het huis - alle anderen zaten beneden, en zelfs niet allemaal rond het huis zelf. Er was zo veel volk, dat ook aan de overkant van de straat, en op straat zelf, een heel aantal stoelen en tafels stonden opgesteld, onder een tentzeil.
In dit geval kwamen er zes monniken, die het huis binnengingen om in de kamer waar de overledene opgebaard lag, een ceremonie te doen. Iedereen volgt die ceremonie via luidsprekers. Een hele tijd voordien werd er al muziek (traditionele muziek) gespeeld via de luidsprekers; na de avondceremonie was er een klein orkest met traditionele instrumenten dat live muziek bracht. Tijdens de ceremonie gaat het er heel losjes aan toe: de mensen luisteren wel het grootste deel van de tijd, maar ze schamen er zich niet om om af en toe een praatje te slaan, om een telefoongesprek op hun gsm te voeren, om te lachen met een of andere grappige situatie... De bedrukte sfeer van Vlaamse begrafenissen is er zeker en vast niet. In het Boeddhisme gaat men natuurlijk heel anders om met de dood: het leven wordt veel meer gerelativeerd dan bij ons, en er is het geloof in een voortdurende levenscyclus, en de dood is veel minder taboe dan bij ons.
De ceremonie duurde een goed uur of zo, en dan vertrokken de monniken weer. De kist met de overledene werd dan via de trap naar beneden gedragen en boven op het voetstuk gezet, samen met bloemstukken en kransen. Ondertussen was de live muziek begonnen, en praatte iedereen rustig met elkaar (en werd er weer gegeten of gesnoept - ze kwamen bijvoorbeeld rond met glazen met warme chocomelk, en met koffie, en er stonden koekjes op de tafels). De meeste mensen bleven nog een hele tijd zitten - het was echt een soort 'wake', en de hele nacht door bleven er mensen zitten. Maar het is zeker geen 'stille wake' - er wordt vaak druk gepraat en gelachen, zeker na de ceremonie met de gezangen van de monniken.
De volgende ochtend waren de familie en helpers weer heel vroeg (4u 's ochtends) druk in de weer met opnieuw eten maken. Rond negen uur kwamen er meer en meer mensen (nog meer dan de vorige avond) naar het huis. Wij gingen deze keer in de tuin van een tegenoverliggend huis zitten; ook daar stonden er stoelen en tafels onder een tentzeil. De monniken kwamen opnieuw naar het huis, en verzorgden opnieuw een ceremonie met gebeden en gezangen, die we via de luidsprekers volgden. Na afloop werd er opnieuw gegeten, en rond twaalf uur werd dan het voetstuk met de kist (dat op een aanhangwagen stond) naar een ceremonieplaats net buiten het dorp gereden. Die plaats bestaat uit een aantal gebouwtjes, waarvan het merendeel open (meestal is er slechts één muur), en een centrale ‘salaa’ (een overdekt, open platform) met trappen aan drie kanten en een soort versierde hoge schoorsteen. Iedereen reed vooraf naar die plaats, en ging daar al op allerlei stoelen en banken zitten. Bij aankomst van de kist gingen ook de monniken op een plaats onder een afdak zitten. Een 'ceremoniemeester' leidde dan een aantal dingen in. Zo werden er een heleboel foto's van groepjes mensen met de kist genomen (gegroepeerd per tak van de familie, maar bijvoorbeeld ook een groepje agenten die meehielpen); er werden ook een aantal mensen naar voren geroepen die iets speciaals hadden gedaan; hier bijvoorbeeld een verpleegster die de overledene in het ziekenhuis verzorgde). Uitgekozen mensen gingen bij de kist ook een aantal zaken offeren (onder meer nieuwe monnikenkleren), en de monniken kwamen die dan in ontvangst nemen. Er volgde nog een kort gebed door de monniken, en dan werd de kist de trappen van de ‘salaa’ op gedragen en dan op een laag platform gezet. Iedereen begon dan aan te schuiven om een laatste groet te brengen. Onderaan de trap naar het gebouwtje nam ieder dan een soort handgemaakte bloem op een stokje, en legde die boven in een schaal bij de kist. De naaste familie stond dan bij de trappen aan de zijkant te wachten; men groette die mensen nog, en dan was de dienst voorbij. Iedereen nam weer de auto, en de meeste mensen gingen opnieuw naar het huis van de overledene, waar er opnieuw eten en drinken was. Op de ceremonieplaats werd dan de kist met de overledene gecremeerd, buiten het ook van het publiek, en zonder dat er nog mensen aanwezig zijn. Ook in de loop van de namiddag bleven er nog heel wat mensen napraten (en eten), terwijl er al stilaan werd opgeruimd. Het speciale huisje werd ook al meteen afgebroken. Vaak is het zo dat de volgende dag er ook nog heel wat helpers ter plaatse blijven om alles mee op te ruimen.
De ceremonie duurde een goed uur of zo, en dan vertrokken de monniken weer. De kist met de overledene werd dan via de trap naar beneden gedragen en boven op het voetstuk gezet, samen met bloemstukken en kransen. Ondertussen was de live muziek begonnen, en praatte iedereen rustig met elkaar (en werd er weer gegeten of gesnoept - ze kwamen bijvoorbeeld rond met glazen met warme chocomelk, en met koffie, en er stonden koekjes op de tafels). De meeste mensen bleven nog een hele tijd zitten - het was echt een soort 'wake', en de hele nacht door bleven er mensen zitten. Maar het is zeker geen 'stille wake' - er wordt vaak druk gepraat en gelachen, zeker na de ceremonie met de gezangen van de monniken.
De volgende ochtend waren de familie en helpers weer heel vroeg (4u 's ochtends) druk in de weer met opnieuw eten maken. Rond negen uur kwamen er meer en meer mensen (nog meer dan de vorige avond) naar het huis. Wij gingen deze keer in de tuin van een tegenoverliggend huis zitten; ook daar stonden er stoelen en tafels onder een tentzeil. De monniken kwamen opnieuw naar het huis, en verzorgden opnieuw een ceremonie met gebeden en gezangen, die we via de luidsprekers volgden. Na afloop werd er opnieuw gegeten, en rond twaalf uur werd dan het voetstuk met de kist (dat op een aanhangwagen stond) naar een ceremonieplaats net buiten het dorp gereden. Die plaats bestaat uit een aantal gebouwtjes, waarvan het merendeel open (meestal is er slechts één muur), en een centrale ‘salaa’ (een overdekt, open platform) met trappen aan drie kanten en een soort versierde hoge schoorsteen. Iedereen reed vooraf naar die plaats, en ging daar al op allerlei stoelen en banken zitten. Bij aankomst van de kist gingen ook de monniken op een plaats onder een afdak zitten. Een 'ceremoniemeester' leidde dan een aantal dingen in. Zo werden er een heleboel foto's van groepjes mensen met de kist genomen (gegroepeerd per tak van de familie, maar bijvoorbeeld ook een groepje agenten die meehielpen); er werden ook een aantal mensen naar voren geroepen die iets speciaals hadden gedaan; hier bijvoorbeeld een verpleegster die de overledene in het ziekenhuis verzorgde). Uitgekozen mensen gingen bij de kist ook een aantal zaken offeren (onder meer nieuwe monnikenkleren), en de monniken kwamen die dan in ontvangst nemen. Er volgde nog een kort gebed door de monniken, en dan werd de kist de trappen van de ‘salaa’ op gedragen en dan op een laag platform gezet. Iedereen begon dan aan te schuiven om een laatste groet te brengen. Onderaan de trap naar het gebouwtje nam ieder dan een soort handgemaakte bloem op een stokje, en legde die boven in een schaal bij de kist. De naaste familie stond dan bij de trappen aan de zijkant te wachten; men groette die mensen nog, en dan was de dienst voorbij. Iedereen nam weer de auto, en de meeste mensen gingen opnieuw naar het huis van de overledene, waar er opnieuw eten en drinken was. Op de ceremonieplaats werd dan de kist met de overledene gecremeerd, buiten het ook van het publiek, en zonder dat er nog mensen aanwezig zijn. Ook in de loop van de namiddag bleven er nog heel wat mensen napraten (en eten), terwijl er al stilaan werd opgeruimd. Het speciale huisje werd ook al meteen afgebroken. Vaak is het zo dat de volgende dag er ook nog heel wat helpers ter plaatse blijven om alles mee op te ruimen.
Het is, voor een westerling, een heel vreemde bedoening. Naast natuurlijk de compleet andere ceremonies, viel mij vooral een compleet andere sfeer op. Er is natuurlijk respect voor de overledene, maar de rouw wordt heel anders beleefd - de dood betekent voor een Thai compleet iets anders dan voor ons. Het lijkt voor mij alsof de begrafenisplechtigheid veel minder, zoals bij ons, een erg geconcentreerde manier van rouwen is, maar veel meer letterlijk een waarnemen van een overgang van leven naar dood. Iedereen zal dan daarna het gemis wel op zijn eigen manier doormaken. Een laatste detail dat mij erg opviel: de traditie om zwarte kleding te dragen wordt op het Thaise platteland nog veel strikter in acht genomen dan bij ons; zowat 95% van de mensen zijn helemaal in het zwart gekleed.



No comments:
Post a Comment