Na enkele dagen in Chiang Rai voelt het aan alsof ik hier al veel langer ben - van een cultuurshock of aanpassingsproblemen heb ik helemaal geen last. Kunnen thuiskomen in een eigen huis helpt natuurlijk enorm, maar het feit dat ik me gewoon goed voel in Thailand is er ook niet vreemd aan.
Vrijdag 1 oktober viel er al meteen iets te beleven in Chiang Rai. Voor de allereerste keer ging hier de ceremonie พระ ๑,000 รุป (1000 monniken) door. In essentie was het het normale geven van aalmoezen aan de monniken, maar dan op grote schaal. Ik had hier de vorige jaren al wel zoiets meegemaakt op nieuwjaarsdag en met Songkran (het Thaise nieuwjaar in april), maar dit overtrof wel alles. Ik weet niet of er echt duizend monniken bij betrokken waren, maar een van de hoofdstraten van Chiang Rai kleurde wel helemaal oranje van de typische kleding van boeddhistische monniken. De mensen die offers kwamen brengen, waren grotendeels in het wit gekleed, zodat je een heel mooi contrast kreeg.
Bij het begin van de ceremonie zaten de monniken (uit het hele land) op stoelen, met het volk voor hen op straat, en langs weerszijden van de straat. Er werden gebeden gezegd door de monniken zelf, door een ceremonieleider en door het volk. Dan stonden de monniken recht en begonnen ze in een heel lange dubbele rij de straat op en neer te lopen met hun bedelkommen. Rijen dik schoven de mensen aan om, geknield, eerbiedig hun offergaven (meestal etenswaren) in de bedelkommen te leggen. Het duurde dan ook een hele tijd voor we zelf de gelegenheid kregen om onze offergaven te overhandigen.
Dit soort ceremonie had blijkbaar al wel plaatsgevonden in Bangkok, maar nog nooit in Chiang Rai. Ik voelde me bevoorrecht dat ik dit kon meemaken, en dan nog helemaal in het begin van mijn verblijf hier.


No comments:
Post a Comment